Overweegt u een adembeschermingmasker te kopen? Waar moet u op letten bij de aankoop? Dit is afhankelijk van het doel waarvoor u het masker wilt gebruiken. FFP1, FFP2 of FFP3? Wij leggen het graag uit.

Stofmaskers
Stofmaskers worden gekenmerkt met de code FFP. Dit staat voor Filtering Facepiece Particals. De stofmaskers kunnen ingedeeld worden in FFP 1, FFP 2 of FFP 3.

FFP1:
Is het laagste prestatieniveau om van een beschermingsmasker te kunnen spreken en heeft een efficiëntie van minimaal 78%.

FFP2:
Is de gemiddelde categorie beschermingsmaskers en heeft een efficiëntie van 92%. Dit masker wordt minimaal aanbevolen voor gebruik bij bijvoorbeeld TBC risico.

FFP3:
Deze klasse biedt de hoogte bescherming en heeft een minimale efficiëntie van 98%. Stoffilters

Stoffilters worden gekenmerkt met de code P1, P2 of P3. Dit betekend de kwaliteitsaanduiding van het filtermateriaal. P3 vertegenwoordigt de hoogste beschermingsgraad

Stoffilters en -maskers (EN 149)
De EN 149 geeft de beschermingsklasse weer voor filterende gelaatsstukken tegen stof (stoffilters en -maskers). Het gaat hierbij om bescherming tegen aërosolen (stof, nevels, vezels e.d.) waarbij de filterpenetratie, de randlekkage, de ademweerstand en het opnamevermogen worden geëvalueerd. Aan de hand van deze norm kunt u maskers van verschillend fabrikaat of van verschillend type, maar met gelijk prestatieniveau, met elkaar vergelijken. De norm zegt echter niets over draagcomfort of de acceptatiegraad van een bepaald masker voor de gebruiker.

De EN 149:1991 is vervangen door de EN149:2001.
In de nieuwe norm moeten stofmaskers over het algemeen aan wat strengere eisen voldoen. Bovendien is het aantal maskercategorieën teruggebracht van vijf naar drie, wat de duidelijkheid alleen maar ten goede komt. De categorie S (Solids = vaste deeltjes) en SL (Solids & Liquids = vaste deeltjes en vloeistoffen) zijn nu samengevoegd. Dit houdt in dat alle maskers die aan de nieuwe norm voldoen, nu bescherming bieden tegen zowel vaste deeltjes als vloeistofnevels.